Als je naar droomt, wil ik bij je zijn om het zweet van je voorhoofd te vegen en in je oren fluisteren dat het maar een droom was, “ik ben bij je”. Als je verdrietig bent, wil ik je op m’n schoot nemen, je hoofd tussen m’n handen pakken en je een zachte kus op je lippen geven. Je tranen wegkussen, drogen met mijn lippen, een zachte kus op de jouwe. Als je blij bent kan ik genieten van de twinkels in je ogen. Met de dromen die je droomt, zal ik je aanmoedigen waar ik kan. Een vraag stellen zo nu en dan, “Waar en hoe dan, lief?”. Je vast houden als je pijn hebt, een warme hand op je buik of een strelende aanraking op je rug.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *