Een 150 jarig KNSM eiland en haar verhalen

Het KNSM-eiland geeft haar ziel bloot

De Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij zou dit jaar haar jubileum van 160 jaar vieren, ware het niet dat de maatschappij in 1981 werd opgeheven. Gelukkig liet zij haar sporen achter op het KNSM-eiland, tevens vernoemd naar de maatschappij. Het schiereiland in het IJ kent een rijke geschiedenis. Wat is die geschiedenis eigenlijk en hoe veranderde het eiland door de jaren heen?

De geschiedenis van de KNSM start in het jaar 1825, als de eerste radarboten van de Amsterdamse Stoomvaart Maatschappij passagiers vervoeren tussen Amsterdam, Hamburg en Helgoland. Voor goederenvervoer kozen maatschappijen liever voor de zeilvaart en heeft de Nederlandse vloot maar twaalf stoomschepen. In 1850 komt het liberalisme op en staat de Amsterdamse koopman open voor nieuwe technische veranderingen. Dit is hoognodig, want zeilschepen hebben niet genoeg ruimte om de massa’s Europese immigranten naar het nieuwe land (Amerika) te vervoeren. Tijdens de Krimoorlog (1853-1856) ontstaat daarom een tekort aan schepen.

Koffiemakelaar Ramann speelt hier mooi op in met zijn idee om een ‘algemene Amsterdamse Scheepvaart Maatschappij’ op te richten. Hij wil de Amsterdamse scheepvaart weer tot leven wekken met vaste lijndiensten tussen Europese havens in Noord- en Zuid-Europa, met stoomschepen die op gezette tijden varen. De toenmalige koning, Koning Willem III, is enthousiast over het idee, waardoor de maatschappij Koninklijk mag heten. De Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij ziet het licht op 17 mei 1856. Na proefvaarten is de KNSM op 1 oktober 1856 officieel.

IJ-eiland wordt KNSM-eiland

De eerste jaren na het ontstaan, floreert de maatschappij met behulp van winst en een vermeerdering van schepen, door weinig concurrentie. De maatschappij genereert interesse vanuit veel landen, die allemaal gebruik willen maken van het vervoer van de KNSM. De toegang tot zee vanuit Amsterdam is echter niet gemakkelijk, waardoor de directie bij de overheid aandringt op betere vaarwegen. Als resultaat wordt het Noorzeekanaal aangelegd.

In 1901 tekent de KNSM een overeenkomst om het IJ-eiland, de toenmalige naam van het KNSM-eiland, van de gemeente Amsterdam te huren. Het IJ-eiland en het Java-eiland werden oorspronkelijk als golfbreker aangelegd ter bescherming van de Oostelijke Handelskade: de plek waar alle havenactiviteiten plaats vonden. Het KSNM-eiland werd aangelegd met slib uit het Noordzeekanaal.

Het kadebedrijf in Amsterdam groeit en bloeit: het vaargebied van de KNSM wordt uitgebreid tot landen in de Cariben door een fusie in 1912. De schepen bevaren de wateren van de Middellandse Zee, Europa en Centraal-Amerika. Na de Eerste Wereldoorlog breidt de KNSM verder uit doordat er veel goederen vervoerd moeten worden in verwoest Europa voor de wederopbouw. Het KNSM-eiland kan daarvan meegenieten: de ene loods na de andere wordt gebouwd. Het hoogtepunt is Loods 6 in 1921, die dienst doet als overslag- en douaneloods. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vaart de KNSM gewoon door, er staat echter geen kraan meer overeind op het KNSM-eiland; veel wordt daar verwoest. Na de oorlog verblijven ongeveer 8000 NSB’ers in de overgebleven loodsen, die tijdelijk dienstdoen als gevangenis.

Volharding en solidariteit

Na de tweede wereldoorlog zet de uitbreiding van de KNSM door: in 1950 komen de eerste vorkheftrucks, waaraan de loodsen worden aangepast. In 1952 gaat het Amsterdam-Rijnkanaal open, waardoor een snelle vaarverbinding met Duitsland mogelijk is. Een deel van Loods 6 wordt verbouwd: er wordt een passagiersterminal gebouwd voor de vele vertrekkende reizigers. De Kompaszaal biedt de mogelijkheid om waardig afscheid te nemen in plaats van het zwaaien op de tochtige kades. Dit is goed nieuws voor de handel. Bij het honderdjarig bestaan in 1956 viert de KNSM uitbundig feest met al het personeel. Het personeel biedt een standbeeldengroep aan de directie aan als symbool van volharding en solidariteit. Amphitrite is tegenwoordig nog steeds te bewonderen op het Azartplein.

Het KNSM-eiland is een stad in een stad geworden. 24 uur per dag werken bootwerkers, kantoorpersoneel, linnenjuffrouwen en officieren samen. Vrachtwagens rijden af en aan om te lossen en laden, elektrische kranen zwieren met grijparmen langs de kades. De KNSM’ers komen per fiets, te voet, met de auto of met de motorboot naar het KNSM-terrein. Jan Bezuyen, toenmalig administratief medewerker bij de KNSM, vertelt: “Je was zó vergroeid met de KNSM, of je nou op de kade werkte of niet. Het was je leven.”

Begin jaren ‘60 zijn er meer dan 6000 medewerkers, echter zijn er steeds minder mensen nodig door de modernisering. Eind jaren ’60 loopt het succes van de Nederlandse scheepvaart zodanig gevaar, dat de Nederlandsche Scheepvaart Unie aanstuurt op samenwerkingen. De KNSM gelooft in eigen kracht en besluit niet samen te werken met de Rotterdamse maatschappij; de gang van een Amsterdams bedrijf naar Rotterdam ligt nogal gevoelig.

Stilte op het eiland

Vanaf 1975 gaat het echter steeds slechter met de KNSM, die door een reorganisatie KNSM Group is genoemd, als gevolg van stijgende olieprijzen en een dalend ladingaanbod. Het KNSM-eiland wordt steeds stiller: steeds meer afhandeling vindt plaats in het ruimere, moderne westelijk havengebied. In 1979 besluit de KNSM de oostelijke eilanden compleet in te ruilen voor de westelijke eilanden. In 1980 valt het doek voorgoed voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij: de KNSM lijdt een verlies van 10 miljoen gulden. De KNSM gaat uiteindelijk op in de Koninklijke Nedlloyd.

De stilte op het eiland duurt niet lang: stadsnomaden en kunstenaars vinden hun woonplek in dit verlaten gebied. Roland van Balen was tussen 1985 en 1989 vaak op het KNSM-eiland te vinden: “Er woonden allemaal aparte mensen, halve kunstenaars en zwervers, die tezamen aan de rand van de Amsterdamse samenleving woonden als de zogenaamde stadsnomaden. Er stond bijvoorbeeld een oude Engelse dubbeldekker bus, ingericht als Engelse pub en eetcafé. Er stonden verder wat woonwagens, een paar caravans en zelfs een wigwam. Ieder vond z’n eigen creatieve oplossing.”

Stilzeggend-KNSM-eilandLoods 6 in 1989, door Edwin Martin

Het grote kantinegebouw dat werd gebouwd voor de havenarbeiders van de KNSM, wordt tevens gekraakt door kunstenaars. In overleg met de gemeente kunnen zij het pand kopen voor een symbolisch bedrag van een gulden, waarna ze hun woning tien jaar lang niet meer mogen verkopen. Er werd overeengekomen dat het pand gerenoveerd mocht worden: de zelf ingedeelde atelierwoningen konden op deze manier behouden blijven. Door de vondst van scheepstrappen kon iedere woning een eigen toegang krijgen. Het bedrag van een gulden is op de dag van vandaag niet meer voor te stellen: tegenwoordig zijn de gigantische woningen met uitzicht op het IJ voor grote bedragen op de markt.

Rond 1990 werden nieuwe woonconcepten voor nieuwe doelgroepen ontwikkelend. Het eerste gebied dat herontwikkeld kon worden was het KNSM-eiland: architect Jo Coenen bedenkt een masterplan. Het moet een ultramodern woongebied worden waar belangrijke stijlelementen uit het verleden worden behouden. Herinneringen aan het havenverleden moeten levend worden gehouden door zo veel mogelijk oude gebouwen te integreren in het nieuwe woongebied.

Respect voor het verleden

De Verbindingsdam verbindt het eiland aan het centrum van Amsterdam; de naam verwijst naar de tijd dat de verbinding tussen het KNSM- en Java-eiland nog een dam was. Het is wellicht moeilijk voor te stellen, maar een goederenspoor verbond de eilanden met het vaste land. Deze sporen lagen over het hele eiland, waar nu 2500 inwoners leven. Opnieuw zijn de Levantkade en Surinamekade vol levendigheid.

Inmiddels heeft het KNSM-eiland een moderne uitstraling, desondanks blijft het een klassieke inrichting met respect voor het verleden. Het voormalige industriegebied biedt nog steeds 360 graden uitzicht op het IJ. Het gigantische Piraeus-gebouw aan het begin van het eiland herbergt bijvoorbeeld het oude administratiekantoor van de KNSM; de nieuwbouw is rondom het oude kantoor gevormd. De krakers hebben zich hard ingezet om oude elementen te bewaren. Loods 6 is nog steeds in oorspronkelijke staat en biedt nu onderdak aan vele bedrijven, winkels en ateliers. De voormalige vertrekhal, de Bagagehal, is nog steeds te bewonderen. De Kompaszaal is nu een restaurant dat de historie volledig laat zien.

De kades liggen vol met binnenvaartschepen, deze doen nu dienst als woonboten. Bewoners en vele toeristen kunnen genieten van de boten die de monding van het Amsterdam-Rijnkanaal bevaren. Tegenover Loods 6 is een park te zien dat vroeger een bedrijfspark was van de KNSM. Dit is door de toenmalige tuinarchitecte Mien Ruijs opnieuw gerestaureerd en grotendeels behouden. Wie over de kade achter Loods 6 struint, kan de oude kranen bewonderen. Over het gehele eiland zijn bordjes opgehangen, waarop informatie staat over de geschiedenis en de architectuur. Zo is voor iedereen het verleden binnen handbereik.

“Je was zó vergroeid met de KNSM, of je nou op de kade werkte of niet. Het was je leven”.

Stilzeggend-KNSM-Eiland2Loods 6 in 2011, door Edwin Martin

Uitgelichte foto: de kop van het KNSM-eiland in 1989, door Roland van Balen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *