En dan maak je ruimte, voor al dat er is. Kijk je omhoog, naar de nacht, de zwarte deken die over de stad is heen gevallen. Een ruimte die wordt gemaakt om je gedachten te laten dromen, zweven en zinken. Tot ze in stukjes uiteen springen en je wakker wordt met een nieuwe geest.

Nowhere to go, nowhere to be. Nothing to do, nowhere to be. Ze zingen het in liedjes. Maar het geloven, dat alles er al is, dat is er nog te doen. Als je in het nu bent, waar ik ben, waar jij bent, zijn we er samen. Alles is verbonden. De geluiden, de mensen, de straten en de wensen.

En toch ben ik op zoek naar iets wat buiten mij ligt. Iets dat ik niet heb, maar wel had. Iets dat ik wil hebben, maar niet kan. Terwijl alles er al is, in mij, hier, met jou, als je je ogen maar opent. Zonder te vertrouwen op jezelf is er weinig dat goed genoeg is. Is er de mogelijkheid om te twijfelen, weifelend te bedenken wat er anders kan. Want wat is er goed genoeg als het van binnen niet past? Welke puzzelstukjes moeten zich vormen naar de onvervulde plekken in jouw binnenste? Welk puzzelstukje er ook is, welke liefde of persoon of afleiding op elke manier, even zullen ze passen, gerust stellen, controleren en bevrijden. Na een tijdje gaan ze schuren, vervormen de plekken in jou. De puzzelstukjes schuiven niet mee, en hoezee, onbegonnen ga je weer op zoek.

Maar als je dan eens voelt. Wat zijn die plekken in jou? Wat schreeuwt er waar je niet naar luisteren kan? Of wel kan, maar niet wil, waar je niet de aandacht of tijd voor neemt. De godganse dag luister je naar de geluiden die verzameld je oren in vliegen. Als je echt eens gaat zitten, pas op de plaats, hand op het hart, ogen in de spiegel. Kijken naar die stem die al dagen in je onderbuik schreeuwt. Wat is het dat die ander je moet geven? Wat wil je zo graag? Waar zoek je naar als je met ogen dicht op pad gaat?

Durf te kijken. Luister. En voel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *