Op Stilzeggend vind je woordkunst geïnspireerd op en ontstaan uit het menszijn. Ik startte ooit met schrijven omdat ik een onbedwingbare drang voelde om antwoorden te vinden op (universele) levensvragen.

Zet 100 mensen in een ruimte en iedereen kan anders zijn. Toch hebben we allemaal één ding gemeen: we zijn mens. Van geboorte tot dood ervaren we een heel scala aan emoties: van uitzinnige vreugde tot snijdend liefdesverdriet en alles er tussenin.

Iedereen voelt – in mindere of meerdere mate. Het is universeel. Toch dacht ik, toen ik opgroeide, dat ik de enige was met angsten en onzekerheden. Was me dat even een mooie openbaring dat mensen “same here” zeiden toen ik mijn hart bloot op tafel begon te leggen. Daarom wil ik ‘voelen’ uit de taboe-straat halen en (h)erkenning bieden.

Over de schrijver

Ik geloof niet dat je per se hoeft te weten wie ik ben. Waarom? Ik schrijf de woorden, maar ze kunnen gevoelens beschrijven die ook jij ervaart. Het is alsof de gedichten worden voorgelezen in mijn hoofd en mijn vingers simpelweg hoeven te volgen en schrijven. Zoals dichteres Ruth Stone zei over haar jeugd op het platteland van Virginia:

Soms, als ik op het veld aan het werk was, voelde ik, hoorde ik, een gedicht aankomen. Zo’n gedicht golfde dan over het land naar mij toe. Ik voelde dat de grond onder mijn voeten begon te schudden en wist dat me maar één ding te doen stond: rennen voor mij leven. Ik rende dan naar huis, achtervolgd door het gedicht en moest dan zo snel mogelijk pen en papier zien te pakken. Wanneer het gedicht door me heen kwam golven was dat mijn enige kans om het op te schrijven.

Soms was ik niet snel genoeg. Dan rende en rende ik, maar bereikte het huis niet. Op zulke momenten schoot het gedicht door me heen, verdween over de velden, op zoek naar een andere dichter. Ook waren er wel eens keren dat ik het gedicht bijna miste. Dan was ik op zoek naar pen en papier, en schoot het gedicht door me heen.

Juist op dat moment had ik dan een potlood te pakken. En met mijn andere hand plukte ik het gedicht uit de lucht, pakte het bij zijn staart en trok het weer terug in mijn lichaam, terwijl ze het opschreef. In die gevallen kwam het gedicht weliswaar in z’n geheel op papier, maar dan wel in omgekeerde volgorde.”