‘Scheurtjesreactoren, hoe lang nog?’, schreeuwen grote letters in de krant. De meneer achter het papier oogt achterin de zestig. Hij draagt een bril met dikke glazen en een zilver ovaal montuur. Zijn ruitjesoverhemd komt onder de mouwen van zijn verwassen rode jas uit, een oude turquoise tas die ooit groen was ligt op zijn schoot. Zijn zwartgrijze wenkbrauwen heeft hij hoog opgetrokken, hij houdt de krant dicht bij zijn ogen om het goed te kunnen lezen. Het vertedert me hoe hij verdiept is in zijn ochtendkrant, zonder enige aandacht voor de buitenwereld. Er ontstaan grote rimpels over zijn voorhoofd – alsof hij de krant geliefd gehoorzaamt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *